Van de 6,3 miljoen m2 kantooroppervlakte die momenteel in Nederland leegstaat, is zo’n 4 miljoen m2 te beschouwen als structurele leegstand. Volgens een recente voorspelling van het Economisch Bureau voor de Bouwnijverheid (EIB) zal de structurele leegstand - oppervlakte die al meer dan 3 jaar leeg staat - in 2020 zijn verdubbeld. Het straks weer aantrekken van de economie biedt geen soelaas; leegstand is een structureel fenomeen.
Bereikbaarheid
Duidelijk tekent zich af dat locaties met een goede bereikbaarheid en voldoende voorzieningen de winnaars zijn van deze leegstandscrisis. Perifere en monofunctionele kantoorlocaties zijn de verliezers: nu al gaan randgemeenten als Maarssen en Diemen aan kop wat betreft leegstand, en dat zal nog erger worden. Leegstand trekt namelijk leegstand aan. De problemen clusteren zich op plaatsen waar momenteel al leegstand heerst.
Afwaardering
Een substantiële vermindering van de leegstand is alleen via onttrekking van aanbod te realiseren. Hiervoor is het noodzakelijk dat er afwaarderingen plaatsvinden door de vastgoedeigenaren. Het accepteren van reële prijsvorming gebeurt nu slechts in geringe mate: als vastgoedeigenaren al afboeken, doen zij dit door geleidelijk een beetje verlies te nemen.
Krimp
Leegstand concentreert zich in toenemende mate in ‘probleemwijken’ van kantoren. Die probleemwijken ontstaan voornamelijk in de perifere gemeenten in de Randstad die nu al grote leegstand kennen. De gemeenten waarin deze probleemwijken liggen kunnen leren van gemeenten die al wat langer te maken hebben met problemen van krimp. Waar er in regio’s als Zuid-Limburg sprake is van algemene krimp, kan structurele leegstand in de Randstad worden beschouwd als sectorale krimp.
Wij denken dat het in sommige probleemwijken, met onvoldoende marktpotentie voor alternatieve functies, een denkbare strategie is om delen van kantorengebieden in de Randstad bewust te laten versterven. Niet meer investeren in (delen van) deze gebieden kan een reële optie zijn. Ook een strategie om huurders te concentreren in de nog wel kansrijke delen van een kantoorgebied is een optie.
DTZ Zadelhoff is van mening dat er nog minstens vijf miljard afgeboekt moet worden op de waarde van leegstaande kantoren. Ik ben van mening dat dit tenminste 10 miljard moet zijn. In sommige gevalllen moeten eigenaren én gemeenten accepteren dat er zelfs geen alternatieve aanwending mogelijk is voor een leegstaand kantoor. Niet overal is er marktpotentie voor transformatie naar woningbouw, broedplaatsen o.i.d. Lees verder >