De organisatie moet weer passen bij de stad
"Eén van de dingen die me als onderzoeksleider is opgevallen is dat de gemeentelijke organisatie alles zo ingewikkeld heeft gemaakt. Al die regels en al die processen, de organisatie moet weer passen bij de stad; eenvoudig en direct. Het is mooi om daar als onderzoeksleider van de externe Doorlichting van StadsOntwikkeling een bijdrage aan te leveren, aldus Edmée Stoffele.
Edmée is werkzaam bij Twynstra Gudde Adviseurs en Managers. Ze is aangetrokken als externe onderzoeksleider voor de Doorlichting bij SO. Ze geeft leiding aan de onderzoeksgroep die de doorlichting uitvoert. Je moet hierbij denken aan het opstellen van onderzoekskaders, vragenlijsten, afnemen van interviews en het, indien mogelijk en noodzakelijk, vergelijken van andere organisaties met de gemeente Utrecht. De keuze voor een externe onderzoeksleider vindt ze logisch: "het doorlichten van organisaties is mijn dagelijkse werk en daardoor heb ik veel specialistische kennis opgebouwd. De inzet van de leden van de onderzoeksgroep is groot. Het is niet eenvoudig om deze werkzaamheden naast je ‘normale’ werk uit te voeren, ik probeer ze daar zo goed mogelijk bij te helpen.”
“Een ander punt wat me opvalt, is dat iedereen heel erg open is en goed meewerkt aan het onderzoek. Mensen die we benaderen geven alle informatie die we nodig hebben. Toch merk je wel het verschil tussen het begin en de afronding van het onderzoek. In het begin hebben we het vooral over algemene processen, hoe krijgen we bijvoorbeeld werkproces X efficiënter en beter ingericht. Mensen denken daar graag over mee. Tegen het einde van het onderzoek gaan we doorrekenen wat je kunt besparen als je dat werkproces daadwerkelijk zo inricht. Dat kan dan soms betekenen dat je aangeeft dat er op afdeling Y hetzelfde werk geleverd kan worden met 10fte minder. Hiervan schrikken mensen, omdat het ineens erg dichtbij komt. Dan wordt de externe doorlichting in plaats van iets abstracts ‘voor de buurman’, juist heel erg concreet ‘van zichzelf’. Ik probeer dan ook aan te geven dat we in het rapport de mogelijke verbetermaatregelen en besparingsopties naast elkaar zetten. Uiteindelijk beslissen het College en de Raad in het voorjaar welke maatregelen doorgevoerd worden.”