De stichting ziekenhuis Walcheren en stichting Oosterscheldeziekenhuizen hebben in 2008 bij de NMa melding gemaakt van hun voorgenomen fusie. De NMa heeft na onderzoek besloten dat voor de fusie een vergunning vereist is. De ziekenhuizen hebben vervolgens een vergunningsaanvraag ingediend. Hierbij doen zij een beroep op een uitzonderingsgrond, omdat de fusie leidt tot een monopolie in de Zeeuwse regio.
Partijen voeren hiertoe een efficiëntieverweer. Kern hiervan is dat de efficiëntieverbeteringen die de fusie met zich meebrengt, opwegen tegen de negatieve effecten op de mededinging. Onder de efficiëntieverbeteringen vallen ook kwaliteitsverbeteringen. Dat partijen een beroep doen op deze uitzonderingsbepaling is uniek. Nog niet eerder is in Nederland in de gezondheidszorg met succes een beroep gedaan op deze uitzonderingsgrond.
De NMa heeft Twynstra Gudde gevraagd welke andere, minder concurrentiebeperkende, maatregelen kunnen worden genomen voor het oplossen van de door partijen gestelde problemen. Daarbij wordt gevraagd specifiek in te gaan op moeder- en kindzorg, chirurgie en de intensive care.
Twynstra Gudde heeft onderzoek gedaan naar de theoretische mogelijkheden van samenwerking tussen ziekenhuizen en maatschappen zonder dat er een fusie noodzakelijk is. Daarnaast is onderzoek uitgevoerd naar praktijkvoorbeelden in Nederland van samenwerkingsconstructies tussen ziekenhuizen. Deze voorbeelden gelden als alternatieve vormen van samenwerking waarmee goede zorg in een regio kan worden vormgegeven.
In de eindrapportage zijn de theoretische en praktische alternatieven aan de NMa vastgelegd. Deze alternatieven zijn meegewogen in de besluitvorming van de NMa bij de vergunningsaanvraag.
Huub Raemakers: 'De Nederlandse ziekenhuismarkt laat zien dat er veel creatieve en goed werkende vormen van samenwerking zijn om goede ziekenhuiszorg in een regio vorm te geven. Een fusie is er daar één van'
Periode: 10 september t/m 3 oktober 2008