Gastblog bij Theo van der Tak op maandag 18 januari 2010
Het aantal programma’s groeit in veel (overheids)organisaties de laatste jaren als kool. Niet verwonderlijk, want programmatisch werken is een krachtige, hippe aanpak en het is een prachtig vakgebied. Zoveel (bestuurlijke) prioriteiten, zoveel programma's lijkt het uitgangspunt. En toch vind ik dat een organisatie niet te veel programma’s moet willen hebben. Verheugd was ik dan ook dat het directieteam van een middelgrote gemeente, waarin ik samen met collega Theo van der Tak adviseer, onze stellingname omarmde het aantal programma's te beperken tot 3 à 4. Het is een gemeente die twee jaar geleden begonnen is met programma's en die het programmatisch werken wil doorontwikkelen.
Programma’s als compensatie
Hoe meer programma's een organisatie denkt te moeten uitvoeren, hoe meer dat zegt over het niet optimaal functioneren van de lijnorganisatie. Zo merken we in veel gemeenten. Programma's blijken onder meer compensatiemechanismen te zijn voor de slechte samenwerking tussen afdelingen. Medewerkers vinden (of zoeken) elkaar niet vanzelf (op) om samen aan de ontwikkeling en realisatie van beleid te werken. Dan helpt het in mijn optiek niet om voor alle mogelijke opgaven een complexe werkwijze als programmamanagement toe te passen. Er is dan eigenlijk behoefte aan iets anders.
Rust en betrouwbaarheid
Ik ben ervan overtuigd dat een organisatie zoveel mogelijk van haar werkzaamheden in routineprocessen moet kunnen en willen onderbrengen. Dat geeft rust, betrouwbaarheid, transparantie, stabiliteit en is uiteindelijk het meest efficiënt. Dan blijven er altijd werkzaamheden over die zich meer voor een ad hoc of een projectmatige aanpak lenen. Die zijn meestal ook nog wel goed in lijn te brengen met de staande organisatie. Bij programma's is dat vaak een ander verhaal: die leveren in veel gevallen meer discussie en wrijving op met de lijnorganisatie over onder meer afbakening, verantwoordelijkheden, bevoegdheden, manier van werken en budgetten. Daar moet je dus zuinig in zijn, om te voorkomen dat de organisatie juist piepend en krakend tot stilstand komt.
Niet meer managers maar professionals
Die zuinigheid met programma’s past ook, omdat dan het aantal managers beperkt blijft. Anders zijn er wel erg veel managers, en dat gaat ten koste van de aandacht voor inhoudelijke professionals die je altijd nodig hebt om de enorme opgaven waar organisaties zoals gemeenten voor staan, aan te kunnen. Liever een paar programma’s echt goed doen, dan veel programma’s (en bijbehorende managers) die in torenhoge ambities en papieren plannen niet komen tot realisatie.

Op 2 februari vond hét event op het gebied van programmamanagement in Nederland plaats: het PGM Open. Samen met Phaos en Jo Bos & Co organiseerden we een prachtig programma, waarbinnen wij zelf ook een aantal zeer interessante sessies verzorgden. We zetten ze hieronder nog even op een rijtje. Lees verder >
Wanneer je start met programmamanagement in een organisatie, is dat niet altijd even gemakkelijker. Zeker het besturings- en beheersingsaspect ervan. Met intuïtie kom je een heel eind bij het sturen van programma's. Maar er zijn ook risico's... Lees verder >