Misschien raar om een week met Koninginnenacht en –dag de week van de ontnuchtering te noemen. Het begon met de ontnuchterende boodschap van collega De Caluwé over de beperkte planbaarheid van veranderingen, tijdens onze masterclass Managen van veranderprogramma’s. Het zou de veranderaar/programmamanager tot enige terughoudendheid en bescheidenheid moeten stemmen bij het aanpakken van de opgave. De poging van de groep om daarna toch een verbinding te leggen met programmamanagement – per slot van rekening een planmatige benadering van verandering – gaf wel weer perspectief op reële actie.
“Waarom veranderen zo moeilijk is”
Zo luidde de inleiding van Léon de Caluwé. Als erkend auteur op het gebied van veranderkunde zou je kunnen verwachten dat hij ons zou voorzien van enig gereedschap voor hoe je succesvol kan veranderen. Weinig bleek meer waar. Kregen we zomaar een – overigens prachtig – relaas voorgeschoteld over Weick, die het heeft over organisaties waarin opvattingen en gedrag van mensen ‘losjes gekoppeld’ zijn, sprake is van vuilnisvatbesluitvorming, ambigue doelstellingen, ambigue processen, ambigue participatie en uiteraard veel pocket veto.
Hou dus maar op met die geplande veranderingen, zo zag je veel van de aanwezige veranderaars/programmamanagers denken, want kennelijk zijn dat soort veranderingen bij voorbaat kansloos. En bedankt Léon! Zijn boodschap is echter ook een ondersteuning van mijn overtuiging dat programma's niet te groots (vooral qua verwachtingen) moeten worden. Jammer voor degenen die echt geloofden dat ze meeslepend gingen veranderen. Enige bescheidenheid en meer realisme lijken meer gepast.
Programma’s gaan nooit zoals vooraf bedacht
Léon raakte absoluut de kern en de reden waarom veranderprogramma’s vrijwel altijd anders gaan dan vooraf bedacht. De dynamiek en diversiteit in de organisatie, de informele en irrationele kant ervan, de ongrijpbaarheid van het gedrag van mensen en nog vele andere factoren maken het bijzonder complex om een goed programma in te richten om een organisatie de gewenste kant op te krijgen. Maar is dat erg, moet je er dan maar niet eraan beginnen?
Nee, volgens mij is het vooral een kwestie van met elkaar onder ogen (durven) zien van die taaiheid, dat het flink wat denkwerk kost om die te doorgronden en dat je zelfs dan niet zeker weet hoe het zit. Daarbij gaat het ook om het met elkaar accepteren dat een verandering langer gaat duren en anders zal lopen dan bedacht en dat er veel momenten van frustratie en gevoelde onmacht gaan zijn. Een programma kan dan wel helpen om richting te geven en vervolgens tijdig en bewust af te wijken en bij te sturen, wanneer dat nodig blijkt.
Die laatste gedachten gaven ons weer enig perspectief op zinvolle actie. Geen enkel programma loopt precies zoals gepland. Je moet echter accepteren dat veel veranderingen met hele kleine stapjes en veel vasthoudendheid gepaard gaan. Veel puzzelen, navragen en nog eens kijken staan in schril contrast met de grootse meeslepende programma’s die barsten van de stoere acties en die vooral zo snel mogelijk gerealiseerd moeten zijn. Ook in de kleine stapjes blijkt programmamanagement veranderingen te kunnen ondersteunen.



