“Souplesse” vind ik een prachtig woord. Vanwege de klank en vanwege de betekenis. Souplesse gaat over lenigheid. Het kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden, wendbaar zijn. En souplesse gaat ook over gemak en flair. Als je souplesse in huis hebt, dan gaan de dingen je gemakkelijk af. Dan kun je laveren door de hectiek en veranderingen van alle dag op een natuurlijke, ongedwongen manier.
Teams met souplesse zijn succesvoller. Zij zijn in staat te laveren met een glimlach om hun mond en hun doel voor ogen. Souplesse gaat hand in hand met ‘ruimte’. Je hoeft niet alles dicht te regelen, je hoeft niet op alle slakken zout te leggen, je mag ook een keertje mis zitten. Het gaat erom het doel voor ogen te houden, bezig te zijn met de resultaten en effecten waar je voor aan de lat staat. Teams met souplesse verdoen geen tijd met stroefheid, maar zijn in beweging. In teams met souplesse gaat het 'vanzelf’.
Hoe staat het met de souplesse in jouw team? Dik in orde of kan het nog wel een impuls gebruiken?
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
In ons team:
(Hoe vaker ‘ja’, hoe meer souplesse…)
