Of er nu een uur per week gemanaged wordt, of de hele week; als in het boek gesproken wordt over de manager, dan gaat het over de persoon die managet. Het gaat dus om de activiteit en niet om de positie of functie!
Goede (deeltijd)managers weten dat ze professionals de ruimte moeten geven. Om te voorkomen dat managers alleen ‘beheerdersgedrag’ vertonen,moeten ze hun voorliefde voor regels en procedures (en ik weet dat we niet zonder kunnen) combineren met het vermogen om zich te verplaatsen in de belangen en ambities van anderen. Moeten ze aandacht hebben voor de behoeften van medewerkers en ‘stakeholders’. En is het nodig dat ze gevoelig zijn voor wat er speelt in de omgeving van de organisatie.
Bazen hebben een rol te vervullen bij het ontwikkelen van een gedeelde missie, bij het zorgen voor ecffiënt ingerichte werkprocessen en voor de uitvoering van deze werkprocessen. Ze moeten aandacht besteden aan het welzijn van medewerkers. Een beetje planning en control is nu eenmaal nodig, anders weet je niet wie wat gaat doen en welke voortgang geboekt wordt in het werk.
Om de ideeën te structureren gebruik ik het managementmodel van Robert Quinn.
