Het rapport ‘Culturen van besturen’ uit 2006,opgesteld in opdracht van de Commissie vernieuwingsimpuls, vat het als volgt samen: "Gemeenten moeten van alles en vaak tegelijkertijd. Ze moeten problemen effectief aanpakken, de band met de kiezer herstellen, vertrouwen van burgers winnen, ‘organiserend vermogen’ ontwikkelen, ‘local governance’ vormgeven, meer met minder doen, hun financieel beheer op orde hebben, integer handelen, enzovoorts. En dat moeten ze doen temidden van gedualiseerde verhoudingen, waar ze ook nog wat moois van moeten maken."
Het blijkt in de gemeentelijke praktijk al lastig genoeg om tal van opgaven en daarmee verbonden ambities te realiseren. Bovendien is het vaak moeilijk om overzicht te krijgen en te houden over wat een bestuur doet of nalaat. Het stellen van prioriteiten op het vlak van beleidsvorming en bezuinigen binnen en tussen beleidsvelden is dan bijna een ware kunst. Op de eerste plaats bemoeilijkt het zogenaamde medebewind de beslissingsruimte negatief, omdat een deel van het beleid de verplichte uitvoering van wettelijke taken betreft waarvan een gemeentebestuur niet zo maar kan besluiten om ze niet uit te voeren of stevig terug te brengen. Verder is in de afgelopen jaren veel beleid doorgeschoven naar de gemeente, hetgeen enerzijds een welkome ontwikkeling is maar anderzijds ook nieuwe eisen stelt aan beleid of beleidswijzigingen veroorzaakt. Er treedt beleidsstapeling op op tal van terreinen en het totale
volume aan beleid neemt eerder toe dan af.
Om het hoofd te kunnen bieden aan de huidige reductiegolf is het afschaffen of reduceren van beleid met bijbehorende doelstellingen en middelen aan de orde van de dag. Afgaand op de piep- en kraak-geluiden ui gemeenteland lijkt dit reduceren geen gelijke tred te houden met de financiele bezuinigingen. Veel posten op de gemeentelijke begroting kennen bovendien een lokaal belang en met het afschaffen daarvan oogst een college niet makkelijk applaus. Het reduceren van beleid blijkt daarom lastig. Daar komt bij dat ook gemeenteraden het doorgaans moeilijk vinden om op eigen initiatief te prioriteren en middelen vrij te maken in het ene gebied om die middelen ten goede te laten komen in het andere gebied.
Forse bezuinigingen lijken nu een sanering af te dwingen in dat woud van beleid. Een heldere aanpak is nodig om uitzicht te bieden op de prioriteiten op het vlak van beleidsvorming en bezuinigen binnen en tussen beleidsvelden.
Twynstra Gudde heeft vanuit haar brede kennis en langdurige ervaring met gemeenten een aanpak waarmee strategische bezuinigingen kunnen worden geïdentificeerd en maken daarbij verschiltussen “must do” en “can do” taken.
We starten vanuit een zogeheten nulscenario, waarin alleen de wettelijke taken zijn vervat van een gemeente ("must do"). Vervolgens vullen we dat aan tot een basisscenario, waarin staat wat noodzakelijk is om de gemeente herkenbaar te laten zijn en blijven: de typische dingen ("het grijze gebied"). Alles boven deze scenario’s wordt zakelijk benaderd en leidt tot een pakket besparingspotentieel ("can do"). Parallel hieraan kijken we tevens naar mogelijkheden om extra inkomsten te genereren. Vervolgens adviseren wij over het implementatietraject om tot
daadwerkelijke en duurzame bezuinigingen te komen.
