De grote bevolkingsdichtheid, de groeiende mobiliteit, het groeiende vervoer van gevaarlijke stoffen, de dreiging van terreur en de afhankelijkheid van de vitale infrastructuur verhogen de risico’s op (en de effecten van) zware ongevallen, rampen of crises. Daarmee is de voorbereiding op rampen en crises de afgelopen jaren een belangrijk thema in de ontwikkeling van de nationale en lokale overheid geworden.
Stimulans vanuit de Rijksoverheid
Het Rijksbeleid is erop gericht om, waar nodig, de reeds ontstane samenwerking tussen gemeenten te stimuleren en te uniformeren. Met het Kabinetsstandpunt veiligheidsregio’s, het Beleidsplan Crisisbeheersing 2004-2007, de conceptwet
veiligheidsregio’s en andere documentatie zijn de standpunten en ambities van het kabinet openbaar gemaakt. Daarnaast is een stimuleringstraject gestart met financiële en beleidsmatige ondersteuning. De bal ligt nu bij de veiligheidsregio, als het gaat om het verbeteren van de bestuurlijke aansturing en de operationele samenwerking.
Voortgang invoering veiligheidsregio
In alle veiligheidsregio’s wordt gewerkt aan de invoering en inrichting en daarmee aan de vorming van het bestuur en de veiligheidsdirectie. Naast de bestuurlijke integratie tussen het veiligheidsbestuur en het Regionaal College van de Politie wordt ook ten aanzien van de ambtelijke bovenbouw de multidisciplinaire samenwerking geïntensiveerd. Met name de vorming van veiligheidsbureaus wordt hierbij voortvarend opgepakt. De ontwikkeling van de gemeenschappelijke meldkamer blijkt daarentegen een complexer proces.
Onze ervaring en betrokkenheid
Twynstra Gudde is door middel van haar adviesgroep Openbare Orde en Veiligheid betrokken (geweest) bij de inrichting en ontwikkeling van verschillende veiligheidsregio’s (Noord- en Oost-Gelderland, Flevoland, Gelderland-Midden, Gelderland-Zuid) en de versterking van de brandweer binnen de veiligheidsregio’s (Zuid-Limburg, Noord- en Oost-Gelderland, Hollands Midden, Kennemerland, Zeeland, Amsterdam en omstreken). Wij richten ons daarbij op het ondersteunen van het bestuur en de veiligheidsdirectie, met name door het hanteren en toepassen van verandermanagement, projectmanagement en het inrichten van strategische besluitvormingsprocessen. Daarnaast zijn wij ook betrokken geweest bij het opstellen van competentieprofielen voor leidinggevenden in de veiligheidsregio.
Maatwerk per regio
In iedere regio wordt gewerkt aan de invoering en vorming van de veiligheidsregio’s. Hoewel de Wet veiligheidsregio landelijke kaders poogt te bieden, zijn wij van mening dat voor elke regio een specifiek traject moet worden ontwikkeld om invulling te geven aan de ‘eigen veiligheidsregio’. Wij vinden het van groot belang dat daarbij naar regionaal maatwerk gestreefd wordt. Op basis van de eigen ambities en doelstellingen, het geografische gebied en/of de historie van de multidisciplinaire samenwerking kunnen in iedere regio namelijk andere keuzes gemaakt worden. Een gebied als Rotterdam (een havenstad met veel economische en chemische bedrijvigheid) is niet te vergelijken met een gebied als Noord- en Oost-Gelderland (veel natuurgebied en grote geografische afstanden). Wij constateren dat in de ambities van de veiligheidsregio grote contrasten waar te nemen zijn. In het ene geval wordt de veiligheidsregio beperkt opgezet, waarbij er een sterke focus is op de voorbereiding op en de aanpak van rampenbestrijding en crisisbeheersing. In een ander geval zien wij dat de veiligheidsregio een bolwerk wordt van allerlei vormen van samenwerken op het terrein van de veiligheid. Dikwijls sluiten dan andere organisaties aan en wordt de samenwerking verder uitgebreid. Wij stellen vast dat het belangrijk is om zowel bestuurlijk als operationeel bij de start duidelijk te formuleren wat de verwachtingen zijn bij de vorming van de veiligheidsregio.
Meer dan alleen structuur
De bestuurlijke ambities en opvattingen (randvoorwaarden en uitgangspunten) moeten bij aanvang goed worden vastgelegd en geaccordeerd. Op basis van deze ‘collectieve’ visievorming kan een projectleider of verandermanager aan het werk. Door bij aanvang helder te zijn over de verwachtingen kan een concrete vertaling hiervan in concrete stappen worden ontwikkeld. Wij merken dat er bij de visievorming een grote verleiding bestaat om vooral de veiligheidsregio in structuur tot uitdrukking te brengen. Nog onvoldoende wordt het verbeteren van het veiligheidsniveau (gebaseerd op een risicoanalyse) als uitgangspunt genomen.
Neem de tijd voor collectieve visievorming
Daarnaast zijn wij van mening dat voor ‘collectieve’ visievorming vaak onvoldoende de tijd wordt genomen. Het betreft dan niet alleen het betrekken van alle (voldoende) organisaties die bij dit veranderingsproces betrokken zijn (dus ook de politie), maar ook alle lagen van die organisaties. Op dit moment is de visievorming vaak alleen iets van de strategische top. Hierin schuilt het gevaar dat er minder op de inhoud en meer op de macht wordt gestuurd. Door juist langs de weg van de inhoud te komen tot een toetsing aan de tactische en operationele praktijk kan de gekozen richting worden bekrachtigd en wordt een draagvlak gecreëerd voor de uiteindelijke keuze over de organisatie van de veiligheidsregio. Wij geloven erin dat in een dergelijke aanpak verschillende sporen kunnen worden onderscheiden die door elkaar heen (en dus niet ná elkaar) lopen. Door het tijdig en adequaat samenbrengen van de visies op de verschillende sporen kan daadwerkelijk een succesvol veranderingsproces worden vormgegeven.
Veiligheidsregio is multi
Een ander aandachtspunt is het onderscheid tussen de vorming van de veiligheidsregio en de regionalisering van de brandweer. Beide onderwerpen zijn absoluut niet hetzelfde, alhoewel deze in de praktijk door elkaar heen gebruikt worden. Wij zijn van mening dat deze onderwerpen wel van elkaar zijn te onderscheiden, maar niet te scheiden. De vorming van de veiligheidsregio, waarbij er sprake is van een krachtige kolommenstructuur heeft ook baat bij een sterke ‘rode kolom’. Maar het regionaliseren of professionaliseren van de brandweer maakt nog geen veiligheidsregio!
Contact
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de volgende adviseurs:
Leo Zaal (lza@tg.nl)
Renee Linck (rlc@tg.nl)
Joep Rozendal (jro@tg.nl)
